Godfatherof.nl

Het .nl-domein bestaat dit jaar 25 jaar. Een mooi moment dus om terug te blikken op de geschiedenis en het ontstaan van het .nl domein. Aan de wieg van de Nederlandse .nl-extentie staat één man, Piet Beertema. Hij was het die In de eerste tien jaar van het bestaan van het .nl domein persoonlijk alle domeinnamen eindigend op .nl registreerde. Beertema deed dit werk vaak ook nog in zijn vrije tijd.

Dat het .nl domein tot de top 3 van meest succesvolle landendomeinen behoort verbaast Beertma niet. “Nederland heeft een hoge penetratiegraad qua internet. Des te verbazender is het dat nog zo duur is.”

Het internet zoals wij dat nu in Nederland kennen ontstond in de jaren tachtig in een sfeer van vrijbuiterij. “Het eerste netwerk was een product van mensen van onderzoeksinstellingen met veel vrijheid”, vertelt Beertema. “Op een conferentie in Parijs besloten we bij wijze van experiment een internationaal netwerk op te zetten, waarbij we werkten met Unix als besturingssysteem en modems met een snelheid van dertig tekens per seconde. Daarover wilden we e-mail aan de praat krijgen voor onze wetenschappers. De vraag kwam er ter sprake wie het centrale knooppunt in het netwerk zou gaan vormen waar ook de verbinding met de Verenigde Staten zou uitkomen. Dat werden wij, van het Centrum Wiskunde & Informatica.”

Vrijbuiters waren het, hobbyisten ook. “We werkten veel ’s nachts, omdat het gebruik van de telefoonlijnen dan goedkoper was. Wilde je een verbinding tot stand brengen, dan moest dat handmatig gebeuren, tot de PTT oogluikend toestond dat we een ‘autodialer’ gebruikten, een apparaatje dat zelf het nummer koos. Een bedrijfje in Elburg kon ze maken, voor 2.500 gulden per stuk. De PTT eiste ook dat er tijdens het maken van de verbinding om de zoveel tijd een waarschuwingspiepje klonk, maar dat ontregelde vaak het tot stand brengen van de verbinding. Dat heeft ons enorm veel ellende bezorgd.”
Hoe dan ook, er ontstond een werkende verbinding, een netwerk. “Zo’n twintig, dertig computers kon je ermee bereiken, waarvan vier of vijf in Nederland. Daarna ging het snel, omdat het netwerk in de VS al wel behoorlijk uitgebreid was. Een e-mail was een stukje platte tekst op een zwart scherm, en waar de gesprekken over gingen? Vooral over Unix.”

“Een telefoontje naar de VS kostte vierenhalve gulden per minuut.” Beertema lacht. “Tot enkele jaren geleden hield ik mijn e-mailtjes nog zo kort mogelijk, omdat iets in me nog dacht dat elk teken de kosten deed oplopen. We hebben het nu trouwens nog maar over de voorloper van internet, maar de groei kwam er wel gelijk in.”

Die groei leverde ook al gauw een technisch probleem op. “Elke computer moest een wereldwijd unieke naam hebben die uit maar zeven tekens mocht bestaan, letters of cijfers, en het toewijzingsproces voor namen liep uit op een wedstrijd. Al gauw hadden we tegen de 23.000 namen toegekend, verreweg de meeste in Europa en de VS. De oplossing lag in domeinnamen, met elk land zijn eigen landencode. Beertema had toen niet kunnen bedenken dat die stap zo’n impact zou hebben.

Ook vanuit politiek oogpunt was het een goede stap om ieder land zijn eigen domein te geven. Op die manier kon ieder land de domeinen aan haar nationale regelgeving onderwerp. “Maar hoe deed je dat dan, de domeinnaam .nl registreren? Ik had geen idee, en stuurde een e-mailtje naar een aantal ingewijden met een verzoek om advies. Dat leidde tot een brief met de officiële aanvraag, die naar ik verwachtte, misschien na enkele maanden gehonoreerd zou worden. Of afgewezen. Maar tot mijn verbijstering was de toekenning binnen drie weken een feit. Plotseling had ik nog maar een paar dagen om registratievoorwaarden en een registratiesysteem op te zetten.”

Op die manier werd Beertema op slag degene die over het registreren van de .nl domeinnamen ging. “Ik was een techneut, totaal niet commercieel. Ik bedacht een paar simpele regels waaraan de aanvraag van een domeinnaam moest voldoen: Je moest een inschrijving bij de Kamer van Koophandel hebben, de domeinnaam moest overeenstemmen met je handels- of bedrijfsnaam en je moest via e-mail bereikbaar zijn.” Particulieren hadden nog geen toegang tot het netwerk en het wereldwijde web (www) bestond evenmin – dat kwam pas vijf jaar later. “Ik wilde eerst de bedrijven doen. Wat moet een particulier met een domeinnaam, vroegen we ons toen nog af.”

Beertema registreerde, maar werd ook al gauw een scheidsrechter over het aanbod van domeinnamen. “De verzekeraar Centraal Beheer, bijvoorbeeld, wilde naast centraalbeheer.nl ook cb.nl hebben. Nee, zei ik, je hebt al een domeinnaam. Woedend waren ze. Je zag ook hoe zelfstandig de onderdelen van grote bedrijven kunnen zijn: Een Philips-vestiging in Apeldoorn kreeg geen eigen domeinnaam, omdat het hoofdkantoor al philips.nl had. Er zat natuurlijk ook een stukje zelfbescherming in: ik wilde niet worden overspoeld met aanvragen voor domeinnamen, want ik deed het naast mijn gewone werk.”

Eigenlijk hield Beertema het nog opvallend lang vol, tot hij echt werd overspoeld. “In 1995 kreeg ik zo’n zevenhonderd verzoeken per maand, en dat draaide vaak uit op nachtwerk. Toen heb ik gezegd: ‘Ik stop ermee’. Ik heb toen de belangrijkste providers van die tijd – NLnet en SURFnet – voor het blok gezet en gezamenlijk hebben we de Stichting Internet Domeinregistratie Nederland opgericht. Op dat moment had Beertema zo’n 10.000 domeinnamen geregistreerd, nu beheert de SIDN meer dan 4,4 miljoen .nl-domeinnamen. Omgerekend is dit meer dan één registratie op iedere vijf inwoners van Nederland, en daarmee staat Nederland op de eerste plaats.

Dat het zo zou groeien, had ook Beertema niet kunnen voorzien. Zeker niet wat de groei van het particuliere gebruik van het internet betreft. “Zelf gebruik ik het web relatief weinig”, zegt hij, die overigens wel tussen de zestig en zeventig e-mailadressen heeft.

“Sinds de opkomst van het mobieltje moeten we overal bereikbaar zijn. We communiceren tot we erbij neervallen, het is gekakel in een kippenhok. Mijn mobieltje staat misschien eens per maand aan, als ik ‘m zelf nodig heb. En mijn computer gebruik ik vooral voor vrijwilligerswerk en om dingen op te zoeken. Ik houd niet van de grote spelers als KPN, Microsoft en Google. KPN heeft technologisch altijd achtergelopen, Internet Explorer van Microsoft is de meest wrakke browser die ik ken en met Google gaat je hele privacy eraan. Mensen weten niet half wat er gedaan wordt met al die informatie die ze op het web zetten en met elkaar delen. Zoals je een rijbewijs nodig hebt om op de snelweg te mogen rijden, zo zou je ook een rijbewijs voor de digitale snelweg moeten hebben.”

Hij moppert even, maar met een vrolijke glimlach. Wie meer over Piet Beertema wil weten kan op het web terecht op de site die hij alleen kan claimen: www.godfatherof.nl.

De Stichting Internet Domeinregistratie Nederland (SIDN) heeft vorig jaar meer domeinnamen dan ooit uitgegeven. De organisatie zag het aantal registraties stijgen met 514.230 aanmeldingen tot 4.192.454. Dagelijks werden zo’n vijftienhonderd nieuwe domeinnamen geregistreerd, blijkt uit het jaarverslag over 2010. Ook in de eerste maanden van 2011 is het aantal registraties hard gegroeid. Inmiddels zijn er zo’n 4,4 miljoen domeinnamen die eindigen op .nl.

Bron: Trouw.nl

Dit artikel staat in de categorie Domeinnaam Nieuws, SIDN and tagged , .